Koninginnen telen

Marten in actieHieronder wat tips om een goede start te maken met de koninginnenteelt. Ik geef geen schema’s waarop te vinden is wanneer u moet starten met overlarven en na hoeveel dagen een koningin uitloopt. Ik veronderstel dat dit algemeen bekend is en als u het niet weet is daar op het internet veel over te vinden. Ik wil hier volstaan met het geven van enkele tips om hoogwaardige koninginnen te telen die in het larvestadium en direct na het uitlopen niets  tekort zijn gekomen. Want elk tekort in die fase van een koninginnenleven uit zich in tekortkoming(en) van de koningin in haar latere leven.

Overlarven
Bij het overlarven nemen we larfjes van slechts enkele uren oud van een teeltkoningin. Deze teeltkoningin mag niet te veel eieren leggen, zeg maximaal 2 à 300 eitjes per dag.
Dat betekent dat zij krap moet zitten in b.v. een zesramer waarbij steeds broed wordt weggenomen.

Hieronder wordt beschreven hoe een starter gemaakt dient te worden en hier kunt u lezen hoe met het Cloake-Board wordt gewerkt.

Starter
Het beste is een drieramer als starter te gebruiken om doppen aan te laten blazen.
In de drieramer wordt aan elke kant een broedraam gehangen, één gevuld met stuifmeel, de ander gevuld met honing.
Let op, er mogen geen eitjes of broed in deze ramen zitten!!
Dan wordt er op de starter een houten trechter geplaatst.
In de starter worden alleen voedsterbijen gebruikt.
Deze bijen zijn tussen de 5 en 15 dagen oud en zijn te vinden op open broed.
Dit open broed zoeken we op en verwijderen even de koningin.
Dan slaan we 3 à 4 ramen met voedsterbijen af in de trechter.
We laten in het midden van de starter een uitgebouwd raam gevuld met water in de bijenmassa zakken.
Als het raam op zijn plaats zit vegen we alle bijen die naar boven kruipen in de starter en sluiten deze met de speciale kop.
De koningin laten we weer los in het volk en sluiten de kast.
De starter wordt in een koele ruimte in het donker geplaatst.
Drie uur later hangen we de lat(ten) met larfjes in de kop, sluiten de kop af en trekken langzaam de plaat uit de kop zodat de bijen toegang krijgen tot de larfjes.
Nu laten we de starter 24 uur met rust.

Pleegvolk
Hang de lat met aangeblazen doppen midden in het broednest van een pleegvolk.
De lat is bevestigd in een raam en aan beide zijden afgesloten door een moerrooster zodat de koningin er niet bij kan.
Op deze plaats zijn volop voedsterbijen en warmte aanwezig.
In een tijdsbestek van ca. 5 dagen wordt elke koningin in wording 15.000 maal gevoerd!
Als dit niet het geval is krijgen we minderwaardige koninginnen.
Elk tekort hier wreekt zich later. Hang niet meer dan 8 à 9 aangeblazen doppen in één broednest en laat het broednest zoveel mogelijk in tact.
Op de 5e dag zetten we een uitloopkooitje om de gesloten doppen en brengen ze naar een broedstoof of we hangen ze, ook in een uitloopkooitje, in een honingkamer boven het moerrooster.
Op de twaalfde dag na het overlarven lopen de koninginnen uit. Deze worden ingevoerd in een bevruchtingsvolkje.
Men kan als alternatief op de elfde dag na overlarven een rijpe dop in een bevruchtingsvolkje hangen zodat de koningin daarin uitloopt.
Het uitlopen in een bevruchtingsvolkje verdient de voorkeur want niemand kan de koningin beter voeden en verzorgen dan de bijen zelf.

Juist uitgelopen koningin

Bevruchtingsvolkje
Eenbevruchtingsvolkje moet ongeveer 3 uur voordat men een rijpe dop inhangt of een onbevruchte koningin laat inlopen worden gemaakt.
Als voorbeeld hier het gereed maken van een apidea-kastje.
Let op!! Een onbevruchte koningin ouder dan 24 uur kan men niet zomaar in een bevruchtingskastje laten inlopen.
Werkwijze hiervoor na punt 11 hieronder.

 

 

    1. De raampjes worden voorzien van een reepje kunstraat als voorbouw;
    2. Het voedingreservoir wordt geheel gevuld met Apifonda met daarop enkele stukjes hout waardoor de bijen niet verkleven;
    3. Voor het voedselreservoir wordt het meegeleverde koninginnerooster geplaatst;
    4. Aan de binnenzijde van het vlieggat wordt een darrenroostertje geplaatst d.m.v. bruislijm of punaises. Dit rooster dient apart te worden aangeschaft want het hoort niet bij het apidea-kastje. Bij bevruchting op de eigen stand is dit rooster niet nodig;
    5. Sluit het kastje, zet het ondersteboven neer en open de bodem;
    6. Jonge bijen uit een honingkamer, van boven een moerrooster, afslaan in een emmer en een kwartiertje wachten zodat alle vliegbijen af kunnen vliegen naar hun oorspronkelijke kast;
    7. Schep 180 cc bijen in elk apidea-kastje (180 cc is één plastic koffiebekertje) niet meer en niet minder en sluit het kastje;
    8. Zet het kastje weg op een echt donkere plek (als de bijen daglicht zien willen ze eruit en stikt de helft van de bijen en is het volkje verloren) Dus echt donker! desnoods onder een kleed o.i.d;
    9. Na 2 tot 2½uur hangen we een rijpe dop in, gebruiken een kunstdop of laten een pas geboren koningin inlopen (Controleer elke 12 uur of de dop is uitgelopen en verwijder de dop als de koningin is uitgelopen);
    10. De kastjes blijven drie dagen in het donker staan om te harmoniseren d.w.z. een volkje gaan vormen. Elke 12 uur een spritje water door het rooster aan de voorzijde spuiten;
    11. Na deze drie dagen kan het volkje naar een teeltstation worden gebracht of men kan het op de eigen stand laten bevruchten;
Kunstdoppen

Onbevruchte koningin ouder dan 24 uur

Het komt vaak voor dat men onbevruchte koninginnen elders besteld en dat deze met de post worden thuisbezorgd.
Zo’n koningin geeft weinig feromonen af en wordt niet als koningin herkend. Gevolg is dat zij vrijwel direct na het in laten lopen wordt afgestoken.
Elk jaar weer worden wij geconfronteerd met teleurstellingen omdat men te oude onbevruchte koninginnen heeft laten inlopen.
B.v. zes kastjes plaatsen en slechts één koningin bevrucht en de andere vijf koninginnen weg, soms liggen ze nog, dood, op de bodem van het kastje.

De werkwijze is als volgt:
Men verwijderd de begeleidende bijen uit het verzendkooitje en laat de koningin in het verzendkooitje.
Het verzendkooitje met koningin plaatst men achter het ventilatierooster van de apidea zodat de bijen haar kunnen voeden en na één tot twee dagen bevrijden.
Het lege kooitje kan men gewoon in de apidea laten.
Ook met deze werkwijze is succes niet altijd gegarandeerd want het blijft lastig om een wat oudere onbevruchte koningin in te voeren.